Erfelijkheid

Een mitochondriële ziekte wordt meestal veroorzaakt door een fout in het erfelijk materiaal. De fout kan liggen in zowel het erfelijk materiaal dat is opgeslagen in de kern van de cel (in de vorm van chromosomen) als in het erfelijk materiaal van het mitochondrion zelf (mitochondrieel DNA). De plaats van de fout in het erfelijk materiaal (kern of mitochondrion zelf) heeft gevolgen voor de manier waarop de ziekte overerft. 

Fout in het kern DNA

Wanneer de fout ligt in het erfelijk materiaal van de chromosomen van de kern, is het vaak zo dat beide ouders drager zijn van de fout zonder daar zelf klachten van te hebben. Wanneer het kind dan van beide ouders het chromosoom krijgt met de fout, kan het ziek worden. Dit wordt recessieve overerving genoemd.

Soms kan al 1 verandering op een chromosoom klachten veroorzaken. Wanneer de vader of moeder deze verandering doorgeeft, zal het kind ook deze klachten krijgen. Dit wordt dominante overerving genoemd.

Tenslotte kan de fout kan ook bij de patiënt zelf zijn ontstaan ("de novo") na de bevruchting van de eicel met de zaadcel.

Fout in het mitochondriële DNA

Wanneer de fout ligt in het erfelijk materiaal van de mitochondriën zelf erft de ziekte heel anders over (zie de figuur rechts). Alleen vrouwen geven hun mitochondriën, en dus een fout in het mitochondriële DNA, door aan hun kinderen. Een man kan een fout in zijn mitochondriële DNA niet aan zijn kinderen doorgeven. 

Een vrouw die draagster is van zowel afwijkend als gezond mitochondrieel DNA, kan beide aan haar kinderen doorgeven. Het aandeel afwijkend mitochondrieel DNA bij het kind kan tussen de 0% en de 100% liggen. De kans op de ziekte bij het kind neemt toe, naarmate een hoger percentage is overgeërfd (zie figuur flessenhals theorie).

Hoeveel afwijkend mitochondrieel DNA een kind zal erven en de consequenties daarvan, zijn niet goed te voorspellen.

De kans dat broertjes en zusjes een mitochondriële ziekte kunnen krijgen kan enorm variëren van 0 tot bijna 100%. Een klinisch geneticus kan u hierover meer informatie geven.

Prenatale diagnostiek

Als de ziekmakende mutatie van het kern DNA bekend is, of wanneer een enzym complex deficientie is vastgesteld in twee verschillende weefels waaronder fibroblasten, is prenatale diagnostiek veelal mogelijk. De meeste ervaring hebben we met geisoleerde complex I en IV deficienties, onder meer omdat deze relatief vaak voorkomen. Voor vragen over de mogelijkheden tot prenatale diagnostiek kunt u contact opnemen met ons centrum.